Terug naar vorige pagina

Metslawier Doarpstsjerke

De Doarpstsjerke (hierna te noemen de kerk) ligt midden op de terp van Metslawier, op een enigszins opgehoogd gebiedje en wordt omgeven door een kerkhof met een monumentale bomenkrans. De kerk is (nu nog) eigendom van de PKN gemeente Metslawier / Niawier en heeft de status van rijksmonument.

Algemeen
De kerk is in de jaren 1776/1777 gebouwd op de fundamenten van de in 1776 afgebroken, middeleeuwse kerk. Volgens het contract van aanbesteding was deze kerk 90 voet lang en 28 voet breed. Een tekening van Stellingwerf laat zien dat deze oude kerk zes traveeën lang was en voorzien was van een forse toren met zadeldak. Bij de restauratie van de huidige kerk in 1971 zijn enige vloer resten van de oude kerk gevonden bestaande uit vloerdelen van leem en kalk en gele en zwarte plavuizen. De toren van de huidige kerk is in 1925 gerestaureerd. In 1962 is de toegangsdeur van de kerk van de noordzijde, in de tweede travee vanaf de westkant, verplaatst naar de westkant. Op deze plaats is toen een rondboog raam aangebracht identiek aan de reeds aanwezige ramen. Tegelijk met het verplaatsen van de toegang in 1962 is de consistorie vergroot tot zijn huidige omvang. In 1971 werd de kerk intern gerestaureerd. Daarbij zijn geen wezenlijke veranderingen aangebracht.

Het exterieur.
De kerk is opgetrokken uit bruinrode baksteen heeft een houten bakgoot en een steile kap die gedekt is met een holle zwarte geglazuurde pan. Het gebouw is door lisenen verdeeld in zes traveeën en is aan de oostzijde driezijdig gesloten. In de meest westelijke travee is de toren ingebouwd. Deze heeft aan alle zijden een galmgat en wordt bekroond door een scherpe spits (zeszijdig) . In de westzijde van de toren is de wijzerplaat van het uurwerk aangebracht. Bij de bouw van de kerk was er sprake van 2 wijzerplaten. Een daarvan is verdwenen, wanneer is niet duidelijk. Dit uurwerk wordt op dit moment (2013) elektronisch en deels ook al digitaal aangestuurd. Op de toren is een met goudblad beklede windvaan aangebracht in de vorm van een haan. In zowel de noord- en zuidwand van de kerk is met uitzondering van de meest westelijke travee per travee een rondboogvenster met een roede verdeling aangebracht. Beide gevels samen tellen dus tien vensters. Van het meest westelijke venster in de noordgevel valt in het metselwerk nog te zien dat dit er later in is gebracht. Op deze plaats bevond zich oorspronkelijk de toegang naar de kerk. Boven deze toegang bevond zich in een boogvormige nis een grote steen met een daarop geschilderde tekst met daarin de namen van de personen die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de stichting van de kerk in 1776/1777.
Tegelijk met de verplaatsing van de kerktoegang naar de westelijke kerkgevel is in 1962 ook deze steen met bijbehorende versierselen daarheen overgebracht, zij het zonder tekst. Deze was nl. door de invloed van zon, weer en wind vrijwel geheel verdwenen. In 1981 is de oude tekst opnieuw op de steen aangebracht. Dit was overigens in 1904 ook al eens op zijn oorspronkelijk plaats gebeurd.
In de koor afsluitende muur is een steen geplaatst die aangeeft hoe hoog het water kwam bij de Allerheiligen vloed in 1570 en hoeveel mensen in Metslawier en omgeving omkwamen. Op de oostelijke nok van de kerk is een windvaan aangebracht waarin het wapen van Oost Dongeradeel is uitgezaagd. De windvaan is met bladgoud bekleed.

Het interieur.
Qua interieur is de kerk opgedeeld in drie ruimten namelijk. de toren in de meest westelijke travee van de kerk, de consistorie in de tweede en een klein deel van de derde travee en de kerkzaal in de overige traveeën.
De toren.
De ingebouwde toren is eigendom van de gemeente Dongeradeel. Deze draagt ook zorg voor het onderhoud. De toren is in 1925 gerestaureerd. In 1962 is de toegang van de kerk naar de westgevel van de toren/kerk gebracht. De laatste renovatie van de toren dateert van 2007
Oorspronkelijk was er in de toren een gevangenenhok gebouwd. Daarvan is niets meer terug te vinden. Nu zijn op de begane grond van de toren in het zuidelijke segment een invalide toilet ingebouwd. In het noordelijke segment bevindt zich de toegangstrap en een berging.
Het centrale gedeelte van de toren omvat de toegangshal van de kerk. Op de vloer liggen plavuizen, de wanden zijn van metselwerk en het plafond laat duidelijk de draagbalken en de planken van galerij zien. Duidelijk valt af te lezen op welke wijze de toren ingebouwd is.
Vanaf de galerij kunnen via een authentiek deurtje de torenverdiepingen via ladders bereikt worden. In de bovenste verdieping hangt de klok. Deze klok met een diameter van ongeveer één meter, dateert, zoals uit een opschrift blijkt, uit 1711. Uit het randschrift op de klok blijkt ook dat het hier gaat om de klok die ook al in de vorige kerk hing. De toren telt in totaal drie verdiepingen. Vroeger werd daarin ook voedsel voor armen opgeslagen. Nu is er sprake van wat opslag, wat regelapparatuur voor de klok en de c.v. ketel van de kerk.

De kerkzaal.
Algemeen
De structuur van de kerkzaal wordt bepaald door het looppad dat van west door de kerkzaal loopt en door de plaats van de preekstoel ongeveer in het midden tegen de zuidwand. De banken zijn zodanig rond deze preekstoel geclusterd (deels haaks op de kerkwanden en deels langs de kerk en koorwanden) dat een goed zicht op de preekstoel gewaarborgd was en is. Er is dus sprake van een zogenaamde “ protestantse bankenopstelling” waarin de preekstoel, waarvan af het woord werd bediend, centraal stond.
De kerkzaalruimte wordt overdekt door een tongewelf op een smalle voorlijst boven de trekbalken. In 1886 waren gewelf en balken blauw geschilderd. Bij de restauratie in 1970 /1971 zijn het gewelf {weer}blauwgrijs en de balken {weer} blauw geschilderd.
In het westelijke deel van de kerkzaal zijn haaks op de noordwand vier en haaks op de zuidwand zeven eenvoudige houten banken geplaatst. Tegenover de preekstoel zijn tegen de noordwand en parallel daaraan , los van elkaar vier clusters van twee banken geplaatst. Elke bank is daarbij voorzien van een voorschot, achterschot , zijschot en een zijdeurtje voorzien. De schotten zijn voorzien van eenvoudige panelen.
Deze vier clusters bestonden oorspronkelijk uit ieder 3 banken maar bij de restauratie van 1970/1971 zijn de voorste banken weggenomen om centraal in de kerkzaal wat meer ruimte te krijgen. Tegenwoordig worden bij b.v. doopdiensten en trouwdiensten op de plaats waar deze banken hebben gestaan vaak stoelen neer gezet. Tegen de drie afsluitende wanden van het koor zijn parallel aan de wanden 3 clusters van twee banken geplaatst. Ook hier is weer sprake van wanden, panelen en deels deurtjes, Alleen de middelste{heren}bank heeft deurtjes.
Deze bank springt er duidelijk uit. Het betreft hier dan ook een zogenaamde herenbank met gesneden kuifstuk met daarin wapenschilden. Op de uit 1777 daterende bank is een koperen plaatje met inscriptie aangebracht. Tijdens de restauratie van 1970/1971 kwam er in deze bank namelijk een briefje tevoorschijn met daarop de volgende tekst “SI 1777 den 26 mayns”.
De banken zijn in de periode 1777 tot nu regelmatig onderhouden. Qua structuur heeft het bankenbestand echter geen ingrijpende veranderingen ondergaan, uitgezonderd de hiervoor al genoemde verwijdering van een drietal banken tegenover de preekstoel (de voorste rij) .
Bijzonder is dat zich op iedere bank een koperen blaker bevindt waarin 1 kaars geplaatst kan worden.
Op de galerij bevinden zich ook nog een viertal banken. Deze dateren van 1985 maar komen wat vormgeving en kleur betreft volstrekt overeen met de hiervoor beschreven banken haaks op de kerkwanden. Op deze banken is echter geen blaker aangebracht.
Het Middenpad en de Vloer en Zerken.
In het middenpad van de kerk liggen een dertiental zerken. Verder is dit pad belegd met plavuizen. Onder de banken ligt zoals aangegeven, enigszins verhoogd, een houten vloer.
In 1859 zakte, bij het begin van een dienst, een ouderling door de vloer. In 1915 werd ook duidelijk wat de oorzaak was van deze gedenkwaardige gebeurtenis. Er is toen namelijk bij werkzaamheden aan de grafzerken in het middenpad een grafkelder ontdekt met daarin in ieder geval nog drie skeletten in deels vermolmde kisten.
Meer informatie over de oorspronkelijke vloeren, mogelijk zelfs van de middeleeuwse kerk werd gevonden bij de restauratie van 1970 / 1971. Vermoedelijk werden toen 15e eeuwse vloerdelen teruggevonden deels bestaande uit gele en zwarte plavuizen. Er werd toen ook een vloerdeel van 1.20 m lang en 40 cm breed gevonden. Dit lag ten zuiden van een aan de noordmuur gelegen zij-altaar. De rest van de vloer van de oude kerk is waarschijnlijk bij de bouw van de huidige kerk verwijderd.
Er liggen zerken in zowel het middenpad van de kerk als onder de houten vloeren waarop de banken staan. Van de nog in de kerk aanwezige zerken is een gedeelte, als gevolg van slijtage en vernielingen in de tijd van de Franse Revolutie, niet meer leesbaar en herkenbaar. Van de grafzerken zijn er 13 beschreven in het boekje “in Vogelvlucht” zoals dat in 1971 door ds J. ter Steege is bewerkt.
In het gedeelte van het middenpad dat zich recht en schuin voor de preekstoel bevindt liggen drie monumentale zerken voor respectievelijk Fokko van Ropta (westelijk voor de preekstoel) voor Worp van Ropta en Wick van Abinga (recht voor de preekstoel) en voor Christ. van Sternsee en Kunera van Ropta (ook voor de preekstoel)
De Wanden.
In de noord- en zuidwand van de kerk zijn ieder vijf rondboogvensters aangebracht met een roedeverdeling. In deze ramen zit helder glas. Bij de restauratie van 1971 werden stukjes gebrandschilderd glas gevonden. Mogelijk waren die nog afkomstig uit de middeleeuwse kerk. Maar het zou ook kunnen zijn dat de huidige kerk (deels) gebrandschilderde ramen heeft gehad.
In 1977 werd namelijk door de Staten van Friesland geld (honderd Ducatons en 36 gulden) beschikbaar gesteld voor “glas in de kerk”.
De wanden van de kerk zijn deels voorzien van een lambrisering en voor het overige gestuct.
Op de noordwand van de kerk hangt een rouwbord ter nagedachtenis van mr J.C. Bergsma, in leven Grietman over Franekeradeel.
Verder hangen de noord en zuidwand ieder twee identieke tekstborden met een gesneden ornament XVlll.
De preekstoel en het doophek.
Midden tegen de zuidelijke wand van de kerkzaal bevindt zich de preekstoel, met trap, deurtje, achterschot en klankbord. Deze preekstoel dateert uit de bouwtijd van de kerk (1777)
In 1926 zijn de preekstoel en trap afgeloogd waarbij het eikenhout weer zichtbaar werd. De panelen van de kuip van de preekstoel zijn allemaal versierd met een sober gesneden festoen en vaasornamenten. Om de preekstoel heen stond een doophek van paneelwerk. Dit eveneens eiken doophek dateert uit dezelfde tijd als de preekstoel. Dit doophek is in 2015 verwijderd en verplaatst naar de consistorie.

Het Orgel.
Het orgel is gesitueerd op de galerij boven de consistorie. Het is daar in 1913 geplaatst door Bakker en Timmenga voordien was er waarschijnlijk geen orgel, omdat de Schoolmeester in 1856 vermeldt dat er in Metslawier geen orgel is. Voordat het orgel in Metslawier werd geplaatst heeft het dienst gedaan in de kerk van Spannum..
In 1816 werd het orgel door Jan Reinders Radersma uit Wiuwert gebouwd. Die overleed echter ook in datzelfde jaar. Het orgel werd vervolgens afgemaakt door Lambertus van Dam, die het orgel vervolgens in 1819 in Spannum plaatste. In 1913 werd het orgel verplaatst naar Metslawier, waar het op een eenvoudige tribune van paneelwerk op de galerij een plaatsje kreeg.. In 1985 werd onder toezicht van Mense Ruiter het orgel gerestaureerd en voorzien van een nieuwe tribune en nieuwe kasten. Mense Ruiter was daarbij verantwoordelijk voor het orgel terwijl vrijwilligers de tribune en de kasten voor hun rekening namen.

De directe omgeving van de kerk.
Rond de kerk ligt een kerkhof met een monumentale bomenkrans van linden.
Het kerkhof ligt enigszins verhoogd ten opzichte van zijn omgeving. Bij de bouw van de huidige kerk in 1777 werd er een nieuwe ringmuur om het kerkhof aangebracht. Deze ringmuur is later vervangen door een bomenkrans met een heg. Deze bomenkrans is er nog. Van de heg is vrijwel niets meer over. Het kerkhof heeft zijn functie als zodanig verloren Wel bevinden zich daarop met name in de zuidoosthoek, nog een aantal graven met bijbehorende grafstenen en gietijzeren omheiningen. Deze gaan op dit moment echter grotendeels schuil onder een dikke laag schelpen die in de jaren negentig met het oog op onderhoudskosten op en over het gehele kerkhof is aangebracht.