Terug naar vorige pagina

Paesens, De Buorren 9

Bouwjaar: ca. 1250

Functie: Kerkgebouw

Bijzonderheden:
Op de toren bevindt zich een visserschip als windvaan, een zgn. ‘Snik’, belegd met bladgoud. De toren was tevens een baken en landmerk voor de zeevisserij. Aan de westkant van de toren is een gevelsteen te zien met erop de namen van de toen aanwezige predikant en kerkvoogden.

Aan de noord- en zuidzijde zijn duidelijk de vroegere toegangspoortjes tot de kerk te zien. Vrouwen en mannen zaten toen gescheiden in de kerk. Aan de noordmuur hangen twee borden met de namen van predikanten die de gemeente hebben gediend.

Deze kerk is in 1250 als katholieke kerk gebouwd. Na de reformatie in 1580 kreeg de kerk de status Nederlands Hervormd. De bouw is grotendeels door monniken verricht en opgetrokken met kloostermoppen, ook wel ‘oude Friezen’ genoemd. Het is zeer waarschijnlijk dat het bisdom Utrecht, waar de regio kerkelijk toe behoorde, een groot financieel aandeel in de bouw heeft gehad. De bouwstijl is Romaans. Van de oorspronkelijke romaanse kerk zijn nog delen bewaard gebleven.  In 1792 werd de kerk ingrijpend gewijzigd. De oude zadeldaktoren werd afgebroken en de kerk werd in westelijke richting verlengd, waarbij het materiaal van de afgebroken toren werd hergebruikt. In plaats van de oude robuuste zadeldaktoren werd een daktorentje geplaatst. Op een oude prent van Jacobus Stellingwerff (zie tekening) staat de oude toren nog afgebeeld. Een dergelijke afbeelding is ook te vinden op de zilveren deksel van een tinnen wijnkan, die in het bezit is van de kerk. Daarnaast bezit de kerk nog een zilveren beker met de tekst De kerke beeker van Paesens 1692.

De preekstoel dateert uit de 19e eeuw. Het orgel is gekocht in 1908 en waarschijnlijk afkomstig uit de Sint-Laurenskerk in Alkmaar. Dit orgel werd in 1758 gebouwd door de orgelbouwer J.Th. Gilmann.

De klok in het klokkentorentje werd in 1507 gegoten. In het opschrift van de klok staat dat de klok de naam Maria heeft gekregen en in opdracht van het kerspel Paesens werd gegoten door een klokkengieter met de naam Joan. “Maria bin ick gheheten dat kerspel to der pasens hebben my laten geten Ioan my ghegoten haet”

 

Geschiedenis
In 1511 wordt naast de pastoor een vicaris genoemd, hetgeen wijst op een meer dan gewone betekenis van de kerk.

Naamheilige
Blijkens de afbeeldingen op de klok is waarschijnlijk de abt St. Antonius de naamheilige van de kerk geweest.

Beschrijving
Het eenbeukige schip dat in een halfrond gesloten koorruimte overgaat, is aan de westzijde verlengd en in 1792 van een houten torentje op het dak voorzien.

Materiaal
Het oude metselwerk bestaat uit baksteen van 28,5-29,5 × 9,5 cm, 10 lagen 108 cm, in verband van ongeveer drie strekken afgewisseld met een kop. Aan het koor is beneden grotere en dunnere steen verwerkt van 30-31 × 8-8,5 cm, 10 lagen 95 cm, in verband van ongeveer twee strekken een kop. De westelijke verlenging bestaat uit afbraakmateriaal, de westelijke muur uit kleine steen, 20-21 × 4,3 cm, 10 lagen 50,5 cm.

Beschrijving
De absis sluit met een sprong van 15 en 20 cm respectievelijk aan noord- en zuidzijde aan op het muurwerk van het schip. Het muurwerk is overal ongeveer 65 cm dik. In de bovenste vier lagen van de absis gaat de ronding over in vier hoeken ten behoeve van de kapspanten. Ten oosten van het derde venster is aan de noordzijde een bouwnaad in het metselwerk te onderscheiden. In de noordmuur staan vrij jonge ingehakte rechthoekige vensters, die waarschijnlijk oorspronkelijke vensters vervangen.

In de zuidmuur is in de koortravee een hooggeplaatst rondbogig venster over. Door zware klimopbegroeiing zijn eventuele overige sporen niet te zien. De hoge smalle vensters aan deze zijde zijn duidelijk niet oorspronkelijk. In de absis staan twee kleine rondbogige vensters. In de as van de absis is een groter venster ingebroken en weer gedicht. Ten oosten van het tweede venster aan de noordzijde is een rondbogig poortje geweest.

Het met leien beklede klokketorentje staat in de kerk op houten staanders. Een steen in de westgevel vermeldt: ‘Anno 1792 is deese Tooren gestigt Predikant Th.C.K. Beilanus. Kerkvoogden Sybe Jans Visser Dirk Willems’.

Inwendig
De noordmuur vertoont over de gehele lengte van het metselwerk een versnijding ter hoogte van de dorpel van de later ingebroken vensters. Daar de ingang er niet in te onderscheiden is, zal het een jongere beklamping betreffen. De vensters van de absis zijn inwendig spitsbogig verhoogd.

De kerkruimte is overdekt door een korfboging houten gewelf op een verbrede voorlijst. De muren zijn verankerd door ijzeren trekstangen. De kap is van rondhout en waarschijnlijk tegelijkertijd met het gewelf vernieuwd.

Bouwgeschiedenis
De kerk is in twee fasen in de laat-romaanse periode, dat wil zeggen omstreeks 1200 ontstaan, in die zin, dat het koor tegen het schip gebouwd is.